Statenvertaling.nl

sample header image

Openbaring 5 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Openbaring 5

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Het boek met de zeven zegelen
1 EN ik zag in de rechterhand Desgenen Die op den troon zat, aeen boek, geschreven vanbinnen en vanbuiten, verzegeld met zeven zegelen. a Ez. 2:10. verwijsteksten
2 En ik zag een sterken engel, uitroepende met een grote stem: Wie is waardig het boek te openen en zijn zegelen open te breken?
3 En niemand bin den hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde, kon het boek openen noch hetzelve inzien. b vers 13. Filipp. 2:10. verwijsteksten
4 En ik weende zeer, dat niemand waardig gevonden was om het boek te openen en te lezen, noch hetzelve in te zien.
5 En een van de ouderlingen zeide tot mij: Ween niet; zie, cde Leeuw Die uit den stam van Juda is, dde Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken. c Gen. 49:9, 10. d Jes. 11:10. Rom. 15:12. Openb. 22:16. verwijsteksten
 
Het Lam ontvangt het boek
6 En ik zag, en zie, in het midden van den troon en van de vier dieren en in het midden van de ouderlingen een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen en ezeven ogen; dewelke zijn de fzeven Geesten Gods, Die uitgezonden zijn in alle landen. e Zach. 3:9; 4:10. f Openb. 4:5. verwijsteksten
7 En Het kwam, en heeft het boek genomen uit de rechterhand Desgenen Die op den troon zat.
8 En als Het het boek genomen had, vielen de vier dieren en de vier en twintig ouderlingen voor het Lam neder, hebbende elk gciters en gouden fiolen, zijnde vol reukwerk, welke zijn hde gebeden der heiligen. g Openb. 14:2. h Ps. 141:2. verwijsteksten
9 En zij zongen ieen nieuw lied, zeggende: kGij zijt waardig het boek te nemen en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode lgekocht met Uw bloed, uit alle geslacht en taal en volk en natie; i Openb. 14:3. k Openb. 4:11. l Hand. 20:28. Ef. 1:7. Kol. 1:14. Hebr. 9:12; 10:10. 1 Petr. 1:19. 1 Joh. 1:7. verwijsteksten
10 mEn Gij hebt ons onzen God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen heersen op de aarde. m Ex. 19:6. 1 Petr. 2:5, 9. Openb. 1:6. verwijsteksten
11 En ik zag, en ik hoorde een stem veler engelen rondom den troon en de dieren en de ouderlingen; en nhun getal was tienduizendmaal tienduizenden en duizendmaal duizenden; n Dan. 7:10. Hebr. 12:22. verwijsteksten
12 Zeggende met een grote stem: oHet Lam Dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging. o Openb. 4:11. verwijsteksten
13 En alle schepsel dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem Die op den troon zit, en het Lam zij de dankzegging en de eer en de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.
14 En de vier dieren zeiden: Amen. En de vier en twintig ouderlingen vielen neder en aanbaden Dengene Die leeft in alle eeuwigheid.

Einde Openbaring 5