Statenvertaling.nl

sample header image

Prediker 5 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Prediker 5

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

1 WEES niet te snel met uw mond en uw hart haaste niet een woord voort te brengen voor Gods aangezicht; want God is in den hemel en gij zijt op de aarde; daarom, laat uw woorden weinig zijn.
2 Want gelijk de droom komt door veel bezigheid, alzo de stem des zots door de veelheid der woorden.
3 aWanneer gij een gelofte aan God zult beloofd hebben, stel niet uit dezelve te betalen, want Hij heeft geen lust aan de zotten; wat gij zult beloofd hebben, betaal het. a Num. 30:2. Deut. 23:21. verwijsteksten
4 bHet is beter dat gij niet belooft, dan dat gij belooft en niet betaalt. b Deut. 23:21, 22. verwijsteksten
5 Laat uw mond niet toe, dat hij uw vlees zou doen zondigen; en zeg niet voor het aangezicht des Engels, dat het een dwaling was; waarom zou God grotelijks toornen om uwer stemme wil, en verderven het werk uwer handen?
6 Want gelijk cin de veelheid der dromen ijdelheden zijn, alzo in vele woorden; maar vrees gij God. c Spr. 10:19. verwijsteksten
 
Rijkdom als ijdelheid
7 Indien gij de onderdrukking des armen en de beroving des gerichts en der gerechtigheid ziet in een landschap, verwonder u niet over zulk een voornemen; want Die hoger is dan de hoge, neemt er acht op; en daar zijn hogen boven henlieden.
8 Het profijt des aardrijks, dat is voor allen; de koning zelf wordt van het veld gediend.
9 Die het geld liefheeft, wordt van het geld niet zat; en wie den overvloed liefheeft, wordt van het inkomen niet zat. Dit is ook ijdelheid.
10 Waar het goed vermenigvuldigt, daar vermenigvuldigen ook die het eten; wat nuttigheid hebben dan de bezitters daarvan, dan het gezicht hunner ogen?
11 De slaap des arbeiders is zoet, hij hebbe weinig of veel gegeten; maar de zatheid des rijken laat hem niet slapen.
12 Er is een kwaad dat krankheid aanbrengt, hetwelk ik zag onder de zon: rijkdom, van zijn bezitters bewaard tot hun eigen kwaad.
13 Of de rijkdom zelf vergaat door een moeilijke bezigheid; en hij gewint een zoon, en er is niet met al in zijn hand.
14 Gelijk als hij voortgekomen is uit zijner moeders buik, alzo zal hij naakt wederkeren, gaande gelijk hij gekomen was; en dhij zal niet medenemen van zijn arbeid, dat hij met zijn hand zou wegdragen. d Ps. 49:18. verwijsteksten
15 Daarom is dit ook een kwaad dat krankheid aanbrengt: dat hij in alle manier gelijk hij gekomen is, alzo heengaat; en wat voordeel is het hem, dat hij in den wind gearbeid heeft?
16 Dat hij ook al zijn dagen in duisternis gegeten heeft, en dat hij veel verdriet gehad heeft, ook zijn krankheid en onstuimigen toorn?
17 Zie, wat ik gezien heb, eeen goede zaak die schoon is: te eten en te drinken, en te genieten het goede van al zijn arbeid, dien hij bearbeid heeft onder de zon, gedurende het getal der dagen zijns levens, hetwelk God hem geeft, fwant dat is zijn deel. e Pred. 2:24; 3:12, 22; 9:7; 11:9. f Pred. 2:10. verwijsteksten
18 Ook een iegelijk mens aan denwelken God rijkdom en goederen gegeven heeft, en Hij geeft hem de macht om daarvan te eten, en om zijn deel te nemen, en om zich te verheugen van zijn arbeid, datzelve is een gave Gods.
19 Want hij zal niet veel gedenken aan de dagen zijns levens, dewijl hem God verhoort in de blijdschap zijns harten.

Einde Prediker 5